echte zorg op maat .be

Echte zorg op maat verdient een ernstige financiering

Zou jij je bed delen? Open brief van Rani en Sara aan minister Vandeurzen en staatssecretaris Demir

wo 5 apr 2017 - 12:13 -- Echte zorg op maat

Ward heeft een niet-aangeboren hersenletsel (NAH) en woont in een leef– en woongemeenschap voor mensen met een verstandelijke beperking. Zijn zussen, Rani & Sara, klagen in een open brief naar minister Vandeurzen en staatssecretaris Demir de evolutie in het gehandicaptenbeleid aan.

Geachte mevrouw Demir, Geachte meneer Vandeurzen,

Wij zijn Sara & Rani, zussen van Ward. Ward is 36, heeft een niet-aangeboren hersenletsel (NAH) en woont in een leef– en woongemeenschap voor mensen met een verstandelijke beperking in Kluisbergen.

Afgelopen dinsdag, notabene op de dag van de nationale manifestatie voor nieuwe sociale akkoorden in de zorg- en welzijnssector, kreeg ons mama telefoon. De sociaal assistente van Ward zijn instelling vroeg of onze ouders instemden met het “vrijgeven” van Ward zijn kamer tijdens zijn afwezigheid deze zomer. “Het is geen verplichting om er mee in te stemmen maar als jullie dat niet doen kunnen wij geen noodopvang voorzien”. Ons mama was zo verbijsterd en antwoordde “als dat moet dan zal dat wel zeker” en daarmee leek voor de instelling de kous af.

Naast de manier waarop mijn ouders overvallen werden met deze non-keuze, roept deze vraag bij onze familie veel onrust en bedenkingen op. Het gaat niet alleen over de impact op Ward zelf, maar ook op onze familie.

Hoe leg je aan iemand met een NAH dat zijn plek -waar zijn K3-posters en zijn medailles van de Special Olympics hangen- niet meer zijn plek is en leeggemaakt moet worden omdat iemand anders daar komt logeren? Een dergelijke situatie brengt volgens ons het welzijn van Ward in gevaar.

Moet een dergelijke ingrijpende beslissing niet schriftelijk vooraf bevraagd worden aan ons? Wat met het respecteren van de bewoners en hun familie? Wij hebben geen keuze wat betreft instellingen. Wij zijn gebonden aan deze instelling omdat hier de juiste plaats is om te voldoen aan de zorgnoden van Ward.

Als Ward zijn bed kan vrijgegeven worden wil dat dan ook zeggen dat de bedden van andere bewoners vrijgegeven kunnen worden? Voor iemand met een mentale beperking, in dit geval NAH, brengen veranderingen grote onrust mee. Ward is niet mondig genoeg om zijn onrust hierover uit te spreken, laat staan dat hij de keuze heeft in met wie hij “zijn (t)huis” moet delen. Wie garandeert het welzijn van Ward in deze?

Als de bedden van de bewoners vrijgegeven kunnen worden wil dat ook zeggen dat het personeel anders moet gaan werken. Wij hebben het gevoel dat de zorgsector nu al zwaar onder druk staat en vrezen voor personeelsveranderingen/verloop, welke een rechtstreekse invloed hebben op de zorg voor onze broer. Nog een punt waarvan we denken dat het welzijn van Ward in het gevaar komt.

Als familie van iemand met een handicap is onze grootste angst het niet hebben van een plaats voor Ward. We kunnen ons dus beter dan eender wie inbeelden wat het moet zijn om geen plaats te hebben. Ons voor de non-keuze zetten en mee-verantwoordelijk maken voor de opvang van andere mensen is in onze ogen moreel onverantwoord.

Deze vraag voelt als een afstraffing omdat wij onze broer ook een rijk sociaal leven buiten de muren van de instelling willen geven. Wij moeten héél goed zijn aanwezigheden monitoren want een dag te veel “afwezig” is een risico op afstraffing (vb het verliezen van “onze plaats” of “ons bed”).

Onze vragen vertellen veel over het beleid, Ward woont in die instelling, zijn kamer is zijn privé-ruimte: zijn kamer “vrijgeven” oftewel “uitlenen” aan iemand anders, is mijn broer reduceren tot een “betalende hotelgast”. Voor ons is het uitlenen van zijn kamer een inbreuk op zijn privacy en een objectivering tot een “punt voor personeel” en “bezetting”. Waarom moet een bewoner van een instelling opdraaien voor het plaatsgebrek in de instellingen?

Met deze brief en onze facebook-pagina willen wij als zussen van Ward de evolutie in het gehandicaptenbeleid aan de kaak stellen.

Wij zouden het ten zeerste appreciëren dat u, mevrouw Demir en meneer Vandeurzen, niet alleen de moeite neemt om ons een antwoord te geven op onze vragen maar vooral dat u afstapt van het introduceren van perverse effecten in uw beleid.
Met beleefde groeten,

Rani & Sara De Bruycker

Twitter icon
Facebook icon
LinkedIn icon
e-mail icon